Al zo lang ik me maar kan herinneren heb ik een fascinatie voor koeien. Ik vind het geweldige beesten. Deze fascinatie vind zijn oorsprong in mijn jeugd in het achterhoekse - en dus landelijke - Winterswijk. De koe was daar op veel manieren aanwezig. Als dier in de weilanden waar ik langsfietste, als bewoner van een boerderij van bevriende boeren en ook als basis van mijn bestaan: mijn vader werkte in een slachterij. Hoewel vlees daardoor elke dag weer een belangrijk onderdeel van onze maaltijd was, heb ik er nooit echt van gehouden. Ik hield vooral van de koeien zelf. Van de menselijke trekjes die ze vertonen. Enthousiast, kat uit de boom kijkend, lui, eigenwijs, grappig, bij elke koe staat een andere karaktertrek op de voorgrond.